Winkelmandje 0

Fragment 20: 'Superhelden' (p. 125)

#Superhelden Anne van Driel Fanflicks Fragment

Inmiddels zijn we druk bezig met het vervolg van Superhelden, het debuut van Anne van Driel. Hierin gaat ze diep in op psychologische kwesties en dilemma's waar jongeren mee te maken hebben, aan de hand van haar karakter Camille. We kunnen nog niet veel verklappen, behalve dan dat het een absolute kraker gaat worden!

-----

Ik pakte de deurklink vast en duwde deze ruw naar beneden. Plotseling klapte Luke met zijn grote hand de deur weer voor mijn neus dicht. Het was alsof hij zijn handen uitstak en een windvlaag aanstuurde om de deur dicht te gooien.

Stop. Hij was geen superheld.
Zijn gespierde arm bevond zich nu vlak voor mijn gezicht en ik hield mijn adem in. Toch kon ik de geur van zijn aftershave goed ruiken – en ik kon zijn lichaamswarmte voelen. Er ontstonden rillingen op mijn armen.
‘Het spijt me,’ fluisterde hij zacht. Ik was zo van stuk gebrachtdat ik niets meer kon zeggen. Het speet hem? Dit volgde ik even niet helemaal. ‘Ik had je nooit zo moeten pushen. Het spijt me,’ verduidelijkte hij zichzelf. Toch snapte ik het nog niet helemaal. ‘Jij hebt toch niets fout gedaan? Ik ben degene hier die fout zit. Zodra mensen dichterbij komen dan ik aankan, ga ik domme dingen zeggen. Ik had je nooit waakhond mogen noemen. Dat was echt niet aardig.’
Ik greep weer naar de deurklink, omdat ik nog steeds weg wilde, maar Luke trok me zachtjes achteruit. Beelden schoten door mijn
hoofd heen en ik gilde het uit van angst. In een reflex om mezelf te beschermen kroop ik in elkaar.
Luke leek meteen door te hebben wat hij had gedaan. Het was niets
ergs per se, maar voor mij was het iets heel groots. ‘Sorry,’ zei hij meteen, een beetje gesprokken. ‘Ik wilde niet, eh... ik wilde je niet bang maken.’
Langzaam liep hij naar me toe. Hij had nog steeds geen shirt aan en ik probeerde met alle kracht die ik in me had niet te staren. Toch kon ik er niets aan doen. Hij liep met zoveel zelfverzekerdheid en positiviteit op me af dat ik wel moest blijven kijken.
Ik liep achteruit totdat ik tegen de deur aangedrukt stond. Ik kon geen kant meer op.
‘Ik weet niet waar je ineens zo bang voor bent, maar ik doe echt niets. Ik zweer het, ik zal je met geen vinger aanraken.’

Om zijn woorden kracht bij te zetten, deed hij een stap achteruit. Zijn cape gleed van zijn lichaam af en hij zag er kwetsbaarder uit. Het was alsof hij een deel van zichzelf prijsgaf – en het was op een rare manier heel fijn.



Ouder bericht Nieuwer bericht


Laat een reactie achter

Houd er rekening mee dat reacties eerst goedgekeurd moeten worden voordat ze op de pagina verschijnen.